Intervieuw Jacques Marcus, fluit



Jacques Marcus

   
Nog niet zo lang geleden maakte Jacques Marcus, de man die zoveel kan op zoveel fluiten, bekend dat hij stopt met musiceren. Je zou kunnen zeggen dat hij zijn fluiten aan de wilgen hangt. Hij was als fluitist bekend en geliefd. Een formidabele techniek en een prachtige toon kenmerkten zijn altijd boeiende spel. Maar ook als mens was Jacques een graag geziene gast bij velen.

Het zijn persoonlijke redenen die tot zijn besluit hebben geleid. Hij wil zich na de ziekte van zijn vrouw Debbie de komende tijd enkel bezig houden met dingen die ze samen altijd hebben willen doen.

In de column voor in dit nummer staat André van Vliet op zijn wijze stil bij dit gebeuren.
Wij als redactie hebben gemeend het in maart vorig jaar geplaatste interview met Jacques nog eens op te moeten nemen. Als eerbetoon aan deze onvergetelijke speelman.
   

Jacques Marcus

   

Wanneer is bij jou de interesse voor de fluit ontstaan?

In ons gezin werd veel muziek gemaakt, mijn vader en moeder speelden beiden piano. Al op jonge leeftijd, zat ik samen met mijn tweelingbroer opschoot bij mijn moeder achter de piano. Na de AMV lessen ben ik begonnen op blokfluit en daarna heb ik de keuze gemaakt voor de dwarsfluit.
Door de bekendheid van o.a. Thijs van Leer en Rampal is mijn interesse gegroeid; ik was geboeid door de klank van de fluit.
Ik heb bij Abbie de Quant gestudeerd in Utrecht, maar heb ook altijd de lichte muziek beoefend. Tijdens het eind van mijn opleiding in Utrecht ben ik op het spoor gekomen van Nicolai Pirvu, panfluitist,   uit Roemenië van wie ik een aantal jaren les panfluitles gehad heb.
 
Je hebt een poos in een combo/orkestje gespeeld.
Is dat direct na je studie begonnen? Kan je hier iets meer over vertellen?

Tijdens middelbare school heb ik een tijdje als slagwerker in een bandje gezeten en op fluit speelde ik diverse improvisaties, zodoende mijn affiniteit ook met de lichte muziek. Direct na mijn opleiding ging ik op tournee met het radio-orkest Psalter door o.a. Zweden. Het jaar erna werd dat orkest het "huisorkest"van de E.O. Psalter heeft zo'n negen jaar bestaan, met twee uitzendingen per week, een heel fijne tijd! Het orkest speelde in diverse stijlen, zodoende was dat voor mij een goede leerschool.
In sommige stukken speelde ik een solo waardoor ik me ook op dat terrein   kon ontwikkelen.
Vooral na die tijd ben ik veelvuldig gevraagd als medewerker of/en als solist bij diverse koren,
waarbij ik dan ook op diverse instrumenten en in diverse stijlen kan spelen. Ook word ik regelmatig gevraagd om in studio's CD's in te spelen.

Je speelt niet alleen dwarsfluit maar nog veel meer soorten en maten fluiten.
Welke zijn dat?

Bij de meeste mensen is de "gewone"fluit (C-fluit) het bekendst. Daarnaast speel ik ook de piccolo, altdwarsfluit en de basdwarsfluit. Ook de panfluit en de tinwhistle (Ierse fluit) bespeel ik vaak bij concerten en opnames.
    
Waarom ben je die andere fluiten gaan bespelen?

Andere culturen hebben me altijd geboeid, vooral de muziekcultuur. In het buitenland heb ik veel concerten bezocht en heb ik interesse in meerdere fluiten gekregen. Op onze laatste "grote" reis (ook een hobby), in Turkije, in Istanbul, heb ik bij een atelier de Turkse fluit Ney gekocht. In het zuiden van het land heb ik, na afloop van een concert, les gehad van een Neyspeler. De communicatie was niet makkelijk, maar met een vertaalcomputer kom je een heel eind!

Je bent een veelgevraagd solist. Is een bijzondere gebeurtenis wat je is bijgebleven?

Wat bij me opkomt: tijdens een radio opname van Psalter had mijn buurman de wisser van de dwarsfluit in mijn fluit gedaan, dus bij de eerste inzet.....................(niets)!
In het algemeen is de chemie tussen muzikanten en/of koor de mooiste ervaring!


Nieuwsoverzicht