David, de man naar God’s hart: NIEUWE CD



NIEUW: CD   David; de man naar Gods hart

Zaterdag 12 mei heeft het koor Deum Fidentes uit Polsbroek afscheid genomen van haar dirigent André van Vliet met de uitvoering van het muziekstuk 'David, de man naar Gods hart' van de componist André van Vliet. De livecd is uit en hier te bestellen.
CD bestellen en beluisteren

Dit muziekstuk zal bij Promusic worden uitgegeven.  
Medewerking werd verleend door:

André van Vliet Dirigent
Anja vd Maten Hobo
Arjan & Edith Post Trompet
Bart Oenema   Bariton
Folkert Vreeken Tenor
Jan Lenselink Vleugel
Kees Alers Fluit
Kees de Bruin Synthesizer
Marjo van Someren   Sopraan
Mark Wester   Slagwerk
Natasja van Doesburg   Viool
Silvia Maessen Contrabas
Ruud Vogel Spreekstem


Het muziekstuk ‘David' is door André van Vliet geschreven en gaat over de vele facetten van het leven van David, de man naar Gods hart.
David die de reus Goliath doodde. David die zijn tienduizenden versloeg (en Saul zijn duizenden). David die verschillende psalmen schreef. Het leven van David zal tijdens deze avond worden bezongen door prachtige liederen!

Interview met André van Vliet (Korenmaat 2009)
++
Dit jaar is een jubileumjaar. 25 jaar organist. Hoe is het allemaal begonnen?

Het begin is eigenlijk nog veel langer geleden dan 25 jaar. Mijn vader was – en is nog steeds – al vanaf zijn jongensjaren organist van de Gereformeerde Kerk in Benschop. Samen met zijn broer en hun nicht bespeelde zij het kleine, lieflijke Meere orgel. Mijn drie jaar oudere zus had al orgel- en piano les bij Jaap Zwart jr. en mocht regelmatig van m'n vader een deel- of een hele dienst overnemen. Er werd dus veel orgel gespeeld bij ons thuis. Dat werkte aanstekelijk. Ik kan me nog goed herinneren dat ik voor het eerst de Prelude in F (uit de acht kleintjes) van Bach hoorde. Dat vond ik zo fantastisch. Daarom ging ik de volgende dag gelijk aan de slag. Samen met de bundels van Jan van Weelden “Electronische klanken” vormde ik zo mijn eerste repertoire. Vooral het lied “Daar boven klinkt een heerlijk oord” was mijn favoriet. Dit was voor mijn ouders aanleiding om me op les te laten gaan bij Gijsbert Lekkerkerker. Zo kwam ik als 9-jarig jochie in de Dorpskerk van Linschoten terecht. Kon niet eens bij de pedalen, laat staan de registers. Net als mijn zus mocht ook ik regelmatig   een hele dienst of een deel daarvan overnemen. En zo begeleidde ik vanaf mijn negende met enige regelmaat de eredienst. Echter, mijn eerste aanstelling kwam in 1984 als organist van de Geref. Kerk van Oudewater.

Wat maakt het instrument zo bijzonder voor jou?

In eerste instantie was het het enige instrument wat ik als kind kende. In de diensten van Benschop speelde er wel eens een trompet of fluit mee. Maar dan dacht ik: “Die spelen altijd alleen maar de melodie.” Toen er later een piano in huis kwam is mijn interesse daar ook nog een poosje naar uitgegaan. Maar het orgel trok me toch meer.   Dat kleuren met al die registers. En vooral het gebruik van het orgel in de eredienst in combinatie met samenzang vond ik al heel vroeg fascinerend.

Je hebt een breed repertoire op je lijst. Heb je nog voorkeur voor een bepaalde stijl en/of tijdsperiode en waarom?

Nee, eigenlijk niet. Het klinkt misschien wat vreemd. Maar ben ik met Bach bezig denk ik, dit is toch wel het einde: geweldig. Maar kom je bij bijvoorbeeld Widor of Franck, dan verlies ik me daar helemaal in. Een enkele keer staat er weleens iets van vóór Bach op het programma. Maar dat is toch minder mijn ding. Ook bij heel modern voel ik me niet zo thuis. Maar als ik dan een andere organist deze muziek hoor spelen denk ik vaak: “Toch wel erg mooi.”

Nederland is een rijk orgelland. Is er een orgel wat voor jou het mooiste is, waar je het liefst speelt?

Ook nu kan ik weer geen keuze maken. Natuurlijk heb ik wel een soort top 20. Maar om nou te zeggen: “dat vind ik nou het allermooiste orgel….”

De kerkgang loopt terug in Nederland, dus ook het aantal bezoekers voor de orgelconcerten. Heeft Nederland volgens jou nog een toekomst voor de orgelwereld?   Daaraan vast gekoppeld: Hoe ziet jouw eigen toekomst als organist?

Nederland is het dichtst bevolkte orgelland ter wereld. Er is zeker wel toekomst. Maar het zijn voor orgelcommissies   moeilijke tijden. En we zijn er nog niet. Toch kijk ik hoopvol naar de toekomst.
Zoveel mooie orgels en zoveel mooie muziek … dan zal toch niet iedereen thuis blijven?


Je bent al op jonge leeftijd koren gaan begeleiden. Is op die manier de interesse voor het dirigeren gekomen?

Nee, eigenlijk niet. Toen ik voor de eerste keer werd gevraagd heb ik ook nee gezegd. Ik dacht dat het niets voor mij zou zijn. Toch uit nood ergens met een jongerenkoor begonnen. En daarna is het balletje gaan rollen.

Je hebt een aantal prachtige koren onder je hoede. Geen mannenkoren. Waarom niet?

Dank voor het compliment. Klopt, op dit ogenblik heb ik geen mannenkoor. Wel gehad overigens. Maar op dit ogenblik niet. Hoeft ook niet per sé. Bij de huidige koren heb ik het prima naar mijn zin. Op maandagavond eerst een uur de jongelui van DEUM FIDENTES. Al bijna 20 jaar ben ik aan hen verbonden. Heel muzikale groep. Daarna – als een soort vervolg op DF – NEW VOICES. Ook uit Polsbroek. Zij zingen voornamelijk klassiekere werken. Mede door de lage gemiddelde leeftijd en de regelmatige aanwezigheid van onze zangpedagoge is het een feest om met hen te werken. Op dinsdag VOX JUBILANS uit Waddinxveen. Hebben denk ik geen verdere aanbeveling nodig. En sinds kort op de donderdag een projectkoor in Maarn. Super. Na een auditie studeren de zangers zelf thuis hun partijen. Al dan niet met oefen-CD. Daardoor kunnen we de repetities volledig benutten om te poetsen en te schaven. Zo ben ik – ook zonder mannenkoor – een zeer gelukkig mens. Wat niet inhoud dat ik geen mannenkoor meer zou willen hebben.

Je hebt directielessen gehad (misschien nog steeds) bij een man uit de blaaswereld, geen koordirectie. Heeft dat een speciale reden?

Nou niet echt. Ik kende deze dirigent erg goed. Groot vakman. Heeft in de HaFa-wereld een enorme naam. Was ook dirigent van koren. En zijn plan van aanpak sloot aan bij wat ik graag wilde leren. Vandaar.

Wat maakt voor jou een koor tot een mooi koor? Wat vind jij belangrijk?

Oei, wat een moeilijke vraag. Het allerbelangrijkste vind ik – denk ik – dat zowel leden als dirigent het goed hebben met elkaar. Dat ze bij elkaar passen. Dat de neuzen dezelfde kant op staan. Ben jaren terug dirigent geweest van koren – misschien helemaal niet het hoogste niveau – maar daar ging ik iedere week met zeer veel vreugde heen. En dat vele jaren. Een koor kan nog zo goed zijn, maar er is ook chemie nodig. Is dat er, dan kom je tot prachtige momenten. Niet alleen het (muzikale) kunstje. Maar meer nog, het overbrengen van datgene wat je op dat moment wilt vertellen. Door middel van muziek. Daar zou ik veel voorbeelden van kunnen noemen. Die chemie kun je niet repeteren of organiseren. Dat geldt trouwens voor alle soorten muziek. Maar voor mij in het bijzonder wanneer er sprake is van een religieuze inhoud. Als koor en dirigent dan dezelfde taal spreken en de Geest daar in mee komt, ontstaan er de meest waardevolle ogenblikken. Verder blijven we natuurlijk op de repetitie ons best doen om het zo mooi mogelijk te maken.

Staan er nog bijzondere concerten op stapel? Ga je in het kader van je jubileum nog iets doen met je koren?

Ja, er staan een paar mooie activiteiten op het programma. (deze vindt u elders in Korenmaat red.) Maar dan alleen als organist. Want dát jubileum wordt gevierd. Zo gaan we naar een 2-tal bijzondere orgels. Ook staan er 2 concerten gepland met bevriende (instrumentale) collega's. Zonder iets te kort te doen aan alle andere musici.


Je arrangeert en componeert. Je bent daar wel voorzichtig in. Heeft dat een bepaalde reden?

Jazeker. Sowieso zou ik het woord componeren niet willen gebruiken. Dat vind ik iets te hoog gegrepen. Maar terugkomend op de vraag: er is zoveel mooie muziek, dat ik niet de intentie heb om daar heel veel aan toe te voegen. Eigenlijk schrijf ik alleen maar als iemand daar om vraagt.

Heb je hier ook les in, of les in gehad?

Nee, helemaal niet. Dat maakt denk ik ook dat ik niet met heel veel nieuwe titels uitkom.

Wat zijn de plannen in dit jubileumjaar. Kunnen we veel concerten verwachten. Komt er een nieuwe CD?
Samen met de jubileumcommissie hebben we 5 concerten zelf georganiseerd. Waarvan zaterdagmiddag 18 april de eerste is in Oudewater. Verder mag ik me dit jaar verheugen op een groot aantal uitnodigingen van orgelcommissies in het land. En er gaat een CD-box verschijnen met daarin 3 nieuwe opnames. De eerste met orgelliteratuur vanuit de Evang. Luth. Kerk te Den Haag. De 2e opname komt vanuit de Grote Kerk in Apeldoorn aan de Loolaan. Op deze CD staan een 15-tal nieuwe koraalbewerkingen speciaal voor dit jubileum geschreven. Door bijv. collega's, oud leraren, of mensen waar ik op een andere manier een band mee heb. De 3e CD is opgenomen in de Stephanuskerk   in Hasselt. Hieraan werken instrumentalisten mee waarmee ik in de afgelopen jaren veel gewerkt heb, of die me op een andere wijze na aan het hart liggen. Nogmaals haast ik me te zeggen: zonder tekort te willen doen aan welke andere collega dan ook.

Je hebt waarschijnlijk al een hoop mooie herinneringen als je terugkijkt. Is er ook een gebeurtenis die je is bijgebleven?

Hoeveel ruimte heb ik nog? Zonder gekheid. Dat zijn er een heleboel. En ook van uiteenlopende aard. Soms krijg je een schrijven van iemand die een dag eerder op een concert is geweest. Die persoon wil dan graag kwijt wat een bepaald lied, of een gespeeld stuk voor hem/ haar heeft betekend. Dat zijn soms hele emotionele uitingen. Of een reactie van een bezoeker die zijn frustraties graag kwijt wil. Omdat hij het concert helemaal niets vond.
In de vorige Korenmaat las ik in het verhaal van Jan Lenselink, de anekdote met de triangel. Dat achtervolgt me nu trouwens, dus ga ik het hier niet meer herhalen. Met Jan heb ik al een heleboel meegemaakt. Onze belevenissen tijdens de buitenlandse reizen zouden we eigenlijk eens moeten bundelen.
Maar vooruit, één concreet voorbeeld: we moesten beiden bij een mannenkoor begeleiden, waarvan de dirigent voor ons een goede bekende was. Zijn naam zal ik maar niet noemen. We hadden een goede repetitie gehad. De kerk was prachtig; goede akoestiek, mooie vleugel en een prachtig koororgel. Dit orgel had de speeltafel voorin. Dus zat ik pal naast Jan en kon ik de dirigent recht in zijn gezicht kijken (dat is wel eens lekker als je altijd maar ver weg boven vanuit een spiegel alles moet volgen). Het was bijna 20.00 uur en het koor stond al klaar. We zouden naar binnen gaan, toen eerder genoemde dirigent nog snel even van het toilet gebruik wilde maken. In de korte tijd dat hij zich achter een gesloten deur bevond, zag ik een zwarte map liggen – identiek aan de zijne – met foto's daarin van een jeugdweekend van de kerk. Voordat ik het me realiseerde had ik deze map al gewisseld met de zijne. Jan keek me nog aan……… maar daar ging de deur van het toilet weer open, en konden we naar binnen. Jan en ik lopen naar de instrumenten. We konden ons maar ternauwernood goed houden. En de dirigent klom op de bok. Keek zijn koorleden aan met een brede grijns. Gaf een teken om de mappen te openen. Opende daarna ook zijn eigen map…………….
Het gezicht waar hij ons toen mee aankeek, zal nog jaren in onze herinnering blijven.

Wil je nog iets anders/extra's kwijt?

Mijn CD's.


Nieuwsoverzicht